Ossuaire de Douaumont
Tijdens de slag om Verdun vielen er aan beide kanten vele slachtoffers. Soms konden de lichamen van de gesneuvelde soldaten direct worden geborgen zodat ze na identificatie eigenlijk meteen begraven konden worden. Vaak was dit echter onmogelijk, lichamen konden niet worden geborgen omdat het te gevaarlijk was en men het risico liep om zelf te sneuvelen. Daarnaast was het door de explosies ook lastig om de slachtoffers te identificeren. Vaak waren de lichamen zo verminkt dat men niet eens meer kon zien of het een Franse of een Duitse soldaat was. Nadat de strijd rondom Verdun ten einde was gekomen moesten alle resten die zich nog op de slagvelden bevonden, verzameld worden zodat ook deze soldaten een laatste rustplaats kregen.
In 1919 werd er niet ver van fort Douaumont een houten schuur neergezet waarin de lichamen van ongeďdentificeerde soldaten werden opgeborgen in houten kisten. De restanten werden gesorteerd per slagveld waar ze waren gevonden. De toenmalige bisschop van Verdun, Mgr. Ginisty begon een actie om geld in te zamelen voor een blijvende rustplaats voor de soldaten. In augustus 1920 werd de eerste steen hiervoor gelegd door de Franse maarschalk Pétain. Nadat er twaalf jaar was gewerkt aan het Ossuaire de Douaumont verrichte de Franse president Lebrun de opening op 7 augustus 1932.
Het monument is 137 meter lang en de gevel is versierd met de wapenschilden van de gemeenten die hebben bijgedragen aan de bouw. Het hele gebouw is voorzien van symboliek. Zo lijkt het monument op het gevest van een zwaard wat in de aarde is gestoken als symbool voor het beëindigen van de strijd. De 46 meter hoge toren is gebouwd in de vorm van een granaat. Bovenin de toren bevindt zich een bronzen bel en een zoeklicht wat 's avonds symbolisch de slagvelden afzoekt naar de soldaten die nog steeds niet zijn teruggevonden. Binnenin de twee gangen van het monument zijn een aantal tombes te vinden waarin de beenderen van ongeďdentificeerde soldaten zich bevinden. In de nissen staan de sectoren van het slagveld aangegeven waar de beenderen zijn gevonden. Op muren staan de namen van de soldaten gegraveerd die vermist zijn. Aan de achterkant van het monument zijn vensters te vinden waardoor de beenderen te zien zijn. Aan de achterkant van het Ossuaire de Douaumont bevindt zich een kapel.
Het oorspronkelijke plan was om in het Ossuaire alleen de restanten van Franse soldaten onder te brengen. Doordat er veel problemen waren met de identificatie van de resten werd er besloten om zowel Franse als Duitse soldaten onder te brengen in de tombes. Een ander probleem is dat men niet precies weet hoeveel soldaten zijn ondergebracht in het Ossuaire de Douaumont. Men heeft berekend dat de resten van minstens 130.000 soldaten zich bevinden in de tombes van het monument.
Voor het monument bevindt zich de grootste Franse militaire begraafplaats in de regio Verdun. Hier liggen 15.000 soldaten begraven. Op het merendeel van deze graven is een kruis geplaatst met daarop de beschikbare gegevens van de soldaat. In het Franse leger streden echter ook islamitische soldaten mee, voor deze soldaten is er een apart ereveld met daarop zuilen die naar Mekka gericht zijn. Aan de andere kant van de begraafplaats staat een herinneringsmuur voor alle joodse soldaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd dit monument door de Duitsers weliswaar bedekt, maar het werd niet vernietigd uit respect voor iedereen die bij Verdun had gevochten en er was gesneuveld.
Het Ossuaire de Douaumont is een van de meest indrukwekkende bezienswaardigheden die tijdens de Expeditie Verdun bezocht worden. De massaliteit van de oorlog wordt hier erg duidelijk, zowel door de begraafplaats als door de graftombes. Daarnaast laten de verschillende monumenten ook goed de diversiteit van het Franse leger zien.


